ECLI:NL:RBDHA:2022:15894
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Eritrese vluchteling wegens onvoldoende risico op ernstige schade
Eiser, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelde te zijn gevlucht vanwege oneindige militaire dienstplicht, detentie wegens illegale uitreis en familieproblemen door een gevangen genomen neef. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende zwaarwegende gronden voor vluchtelingenstatus of bescherming op grond van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit zorgvuldig had voorbereid en dat de nieuwe beoordeling objectief was. De opname in het reguliere leger in 2017 werd ongeloofwaardig geacht vanwege leeftijdsgrenzen en het ontbreken van ondersteunende documenten. De illegale uitreis werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat eiser zijn paspoort had weggegooid en onvoldoende bewijs leverde van omkoping.
De rechtbank volgde eiser in dat hij tot 2017 in het Volksleger diende, maar verweerder mocht aannemen dat hij niet opnieuw hoeft te dienen of als deserteur wordt gezien, mede vanwege zijn leeftijd en het feit dat het Volksleger geen onderdeel is van het nationale leger. De detentie wegens illegale uitreis van zijn zoon werd niet als politieke vervolging aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen.