ECLI:NL:RVS:2023:3625
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit verhuur woning wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein legde aan appellant sub 1 een last onder dwangsom op om de verhuur van zijn woning te staken, op grond van vermeende strijd met het bestemmingsplan. Na controles in 2019 en hercontroles in 2020 stelde het college vast dat de last was overtreden en vorderde een dwangsom van €10.000.
Appellant voerde aan dat het bestemmingsplan geen definitie van 'wonen' bevat en dat hij geen overtreding heeft begaan. De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van het college, maar vernietigde een deel van het invorderingsbesluit. Zowel appellant als het college gingen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college niet bevoegd was handhavend op te treden omdat het bestemmingsplan slechts één woning toestaat en geen sprake was van meerdere zelfstandige wooneenheden of huisvesting van niet-gezinsleden. De enkele kortdurende verhuur via Airbnb was onvoldoende voor een overtreding. Hierdoor is het handhavingsbesluit en de dwangsom onrechtmatig opgelegd en worden de besluiten vernietigd.
Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, dat van het college ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierechten.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit en de dwangsom worden vernietigd omdat geen overtreding van het bestemmingsplan is vastgesteld.