ECLI:NL:RVS:2020:1739
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgevingsvergunning huisvesting arbeidsmigranten wegens strijd bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder verleende op 22 december 2017 een omgevingsvergunning voor het gebruik van een woning ten behoeve van de huisvesting van maximaal zes arbeidsmigranten, ondanks dat dit in strijd was met het bestemmingsplan. Na bezwaar werd het besluit herroepen en een nieuwe vergunning met aanvullende voorschriften verleend. De appellant, wonend naast de woning, vreesde overlast en voerde aan dat de voorwaarden onvoldoende waren om het woon- en leefklimaat te waarborgen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van de woning voor huisvesting van zes arbeidsmigranten niet in strijd is met het bestemmingsplan, omdat het begrip 'wonen' in het plan niet beperkt is tot één huishouden en ook andere vormen van huisvesting omvat.
Daarom was het college niet bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen voor afwijking van het bestemmingsplan. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het besluit van 31 juli 2018 werd vernietigd en het besluit van 22 december 2017 herroepen. De aanvraag om vergunning werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De omgevingsvergunning voor huisvesting van zes arbeidsmigranten wordt vernietigd omdat het gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan en geen vergunning vereist is.