ECLI:NL:RVS:2023:3670
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig nemen van besluit asielaanvraag
Bij besluit van 23 juni 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De vreemdeling stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig nemen van dit nieuwe besluit. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit gegrond. De wettelijke termijn voor het nemen van het nieuwe besluit was verstreken zonder dat de staatssecretaris een besluit had genomen.
De Raad van State legde de staatssecretaris op binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en stelde een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 in voor het geval van niet-naleving. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom van €100 per dag.