ECLI:NL:RVS:2023:325
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet tijdig nemen verblijfsvergunning asiel en oplegging dwangsom
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 februari 2021 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris stelde het nieuwe besluit niet tijdig vast, waarop de vreemdeling beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van dit besluit.
De staatssecretaris trok later het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank in, maar het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit bleef aanhangig. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het beroep daarom gegrond was.
De Afdeling bepaalde dat de staatssecretaris binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de zorgvuldigheid die een asielzaak vereist en het feit dat de vreemdeling reeds gehoord was. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, opgelegd om naleving van deze termijn af te dwingen. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken een nieuw besluit te nemen onder oplegging van een dwangsom.