ECLI:NL:RVS:2023:3689
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging natuurvergunning wegens onzekerheid emissiefactor emissiearm stalsysteem
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende een natuurvergunning voor het wijzigen van een pluimveehouderij met gebruik van emissiearme stalsystemen. De vergunning was gebaseerd op Rav-emissiefactoren die de ammoniakemissie berekenen. MOB en Leefmilieu stelden dat deze emissiefactoren de werkelijke emissie onderschatten, onderbouwd met het CBS-rapport en het CDM-advies.
De rechtbank oordeelde dat de Rav-emissiefactoren voor het stalsysteem E5.11 waarschijnlijk de ammoniakemissie onderschatten, waardoor niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Het college en de veehouderij voerden aan dat de emissiefactoren wetenschappelijk zorgvuldig zijn vastgesteld en dat naleving van het leaflet en handhaving de emissie kunnen waarborgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank. Gelet op het voorzorgsbeginsel en de strikte uitleg van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn kan de Rav-emissiefactor voor stalsysteem E5.11 niet worden gebruikt zolang twijfel over de juistheid niet is weggenomen. Dit betekent dat de natuurvergunning terecht is vernietigd. Het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierecht.
Uitkomst: De natuurvergunning is terecht vernietigd vanwege onvoldoende zekerheid over de emissie van het emissiearme stalsysteem E5.11.