Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2024 in de zaken tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats] , eiser,
Stichting Milieuzorg Zeist e.o., gevestigd in Zeist eiseres,
264 anderenuit [woonplaats] en [woonplaats] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, verweerder,
Vooraf
Inleiding
- het bouwen van een bouwwerk;
- het veranderen van een milieu-inrichting (beperkte milieutoets) en
- het verrichten van handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden.
De aard van de besluiten, de lopende beroepen en de omvang van het geding
Het beroep van de agrariër tegen het besluit van 29 november 2023
Het beroep van VNMW tegen de omgevingsvergunning van 27 maart 2023
De beroepen van de andere eisers tegen de omgevingsvergunning van 27 maart 2023
De verdere afdoening van het beroep van de agrariër
De rechtbank bepaalt termijn en geeft financiële prikkel
De kosten van de procedures
Beslissing
- verklaart het beroep van de agrariër gegrond;
- vernietigt het besluit van 29 november 2023;
- verklaart het beroep van VNMW gegrond;
- vernietigt de omgevingsvergunning van 27 maart 2023;
- verklaart de beroepen van de andere eisers niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het college tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan Stichting Animal Rights;
- veroordeelt het college tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan [eiser 2] en [eiser 3] ;
- draagt het college op om binnen 10 weken na de datum van deze uitspraak een besluit bekend te maken op de aanvraag van de agrariër, als de aangevraagde activiteiten niet wijzigen of worden verkleind;
- bepaalt dat geen ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd en dat de artikelen 3:11 tot en met 3:17 van de Awb buiten toepassing blijven, als de aangevraagde activiteiten niet wijzigen of worden verkleind;
- draagt het college op om binnen 20 weken na de datum van deze uitspraak een besluit bekend te maken op de aanvraag van de agrariër, als de aangevraagde activiteiten wijzigen en worden vergroot;
- bepaalt dat deze beslistermijnen niet worden verlengd en dat artikel 3.11, vierde lid en artikel 3.12, achtste lid, van de Wabo buiten toepassing blijven;
- bepaalt dat het college aan de agrariër een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan de agrariër;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- dat de agrariër heeft betaald moet vergoeden.