ECLI:NL:RVS:2023:3693
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing natuurvergunning wijziging melkveehouderij met emissiearme stalsystemen
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 16 september 2020 een natuurvergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij in Balkbrug, waarbij emissiearme stalsystemen werden toegepast. MOB en de Vereniging Leefmilieu stelden beroep in tegen deze vergunning, stellende dat de gebruikte Rav-emissiefactoren voor emissiearme stallen de werkelijke ammoniakemissie onderschatten. De rechtbank vernietigde het besluit en oordeelde dat onvoldoende zekerheid bestond dat de wijziging geen significante gevolgen zou hebben voor Natura 2000-gebieden.
Het college stelde hoger beroep in, waarbij het betoogde dat de Rav-emissiefactoren wetenschappelijk onderbouwd zijn en dat het CBS-rapport en het CDM-advies geen definitieve conclusies bevatten. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde echter het oordeel van de rechtbank dat de Rav-emissiefactor A1.28 niet met de vereiste zekerheid kan worden toegepast in een voortoets of passende beoordeling. Het voorzorgbeginsel en de strikte uitleg van de Habitatrichtlijn laten geen ruimte voor een andere beoordeling.
Daarnaast stelde MOB en Leefmilieu incidenteel hoger beroep in met het standpunt dat de referentiesituatie te hoog is ingeschat vanwege gewijzigde bedrijfsvoering en emissiefactoren. De Afdeling oordeelde dat bij het bepalen van de referentiesituatie moet worden aangesloten bij de emissiefactoren die gelden ten tijde van de aanvraag en dat het college niet in strijd heeft gehandeld met het beginsel van Unietrouw.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en legde griffierecht op. Het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep en incidenteel hoger beroep worden ongegrond verklaard; de Rav-emissiefactor A1.28 kan niet zonder meer worden toegepast en het college moet proceskosten vergoeden.