ECLI:NL:RVS:2023:3694
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J.W. van de Gronden
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing natuurvergunning melkveehouderij met betrekking tot emissies en referentiesituatie
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 18 september 2020 een natuurvergunning voor het wijzigen van een melkveehouderij in Almelo, waarbij emissies werden berekend op basis van de Rav-emissiefactoren en een referentiesituatie ontleend aan een melding uit 1998. De rechtbank vernietigde deze vergunning omdat het college de emissies door beweiden niet had beoordeeld en onvoldoende onderbouwing gaf over de referentiesituatie.
Het college stelde in hoger beroep dat geen natuurvergunning nodig is indien significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten en betoogde dat emissies van beweiden intern gesaldeerd kunnen worden met bemestingsemissies. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat intern salderen niet mogelijk was en bevestigde dat de referentiesituatie kan worden ontleend aan het planologisch regime mits bemesting feitelijk plaatsvond.
MOB en Leefmilieu stelden dat de emissiefactoren voor de referentiesituatie te hoog waren omdat de bedrijfsvoering en melkproductie sinds 1994 zijn veranderd, wat zou leiden tot hogere emissies. De Afdeling verwierp dit en bevestigde dat bij de beoordeling moet worden aangesloten bij de emissiefactoren die gelden op het moment van de aanvraag, en dat dit niet in strijd is met het beginsel van Unietrouw of de Habitatrichtlijn.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van het college gegrond maar omdat het college de vernietiging van de vergunning niet bestreed, blijft het besluit van de rechtbank in stand. Het college moet een nieuw besluit nemen op de aangevulde aanvraag, rekening houdend met de uitspraken. Het incidenteel hoger beroep van MOB en Leefmilieu werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard, het besluit van de rechtbank blijft van kracht en het college moet een nieuw besluit nemen op de aangevulde aanvraag.