Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Vereniging Leefmilieu, uit Nijmegen, eisers,
het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel.
[bedrijf], uit [vestigingsplaats] .
Rechtbank Overijssel
Eisers hebben het college verzocht handhavend op te treden tegen een melkveehouderij vanwege vermeende overtredingen van de Wet natuurbescherming (Wnb) met betrekking tot ammoniakdepositie op Natura 2000-gebieden. Het college wees dit verzoek af, waarna een langdurige procedure volgde met meerdere besluiten en beroepen. Uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat het college terecht heeft vastgesteld dat de emissie van ammoniak binnen de grenzen van de geldende natuurvergunning van 25 juni 2015 blijft, en dat er geen sprake is van een overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb.
De rechtbank bespreekt uitgebreid de referentiesituatie, waarbij de emissiefactoren ten tijde van de vergunningverlening als uitgangspunt worden genomen. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en stelt dat de referentiesituatie wordt bepaald door de formeel geldende natuurvergunning, die rechtskracht bezit. Eisers voerden aan dat de emissiefactoren onjuist zijn toegepast en dat de referentiesituatie onvolledig is, maar deze gronden worden verworpen vanwege het ontbreken van een vergunningplichtige toename van stikstofdepositie en de formele rechtskracht van de vergunning.
De rechtbank concludeert dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden, omdat geen overtreding is vastgesteld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, het primaire besluit blijft in stand en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen handhavend op te treden.