ECLI:NL:RVS:2023:3702
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor onjuiste bewaring opiumwetrecepten door apotheker
Een apotheker werd door de minister voor Medische Zorg beboet wegens het niet bewaren van opiumwetrecepten volgens de voorgeschreven regels, namelijk gescheiden en gerangschikt op naam van voorschrijver, middel en datum. De inspectie constateerde dat de recepten gesorteerd werden op naam van de instelling en dat ook andere recepten werden gemengd.
De apotheker stelde in hoger beroep dat de minister niet bevoegd was de boete op te leggen vanwege overschrijding van de dertienwekentermijn en dat de overtreding haar niet kon worden verweten vanwege het gebruik van een digitaal declaratiesysteem met AGB-codes. Tevens voerde zij aan dat veel apothekers de norm niet naleven.
De Raad voor de Rechtspraak oordeelde dat de dertienwekentermijn een termijn van orde is en dat de minister bevoegd bleef. De apotheker kon de overtreding worden verweten omdat zij bewust afweek van de wettelijke bewaarplicht. Het gebruik van AGB-codes is niet relevant voor de naleving van de Opiumwet. De norm geldt voor alle apothekers en slechts een klein deel hield zich niet aan de regels. De boete werd dan ook bevestigd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €16.750,- voor het niet op de voorgeschreven wijze bewaren van opiumwetrecepten wordt bevestigd.