ECLI:NL:RVS:2023:3757
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen buiten behandeling stelling inschrijving BRP
Appellant verzocht op 2 maart 2021 om inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) op een nieuw adres, maar het college stelde het verzoek buiten behandeling wegens het ontbreken van noodzakelijke documenten. Appellant kreeg gelegenheid om dit te herstellen, maar deed dit niet. Het college besloot daarom op 1 april 2021 het verzoek buiten behandeling te stellen.
Appellant probeerde het besluit te heropenen, maar de voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het e-mailbericht van het college geen besluit met rechtsgevolg was. In hoger beroep betoogde appellant dat het e-mailbericht wel een besluit was en dat haar verzoek terecht had moeten worden gehonoreerd.
Tijdens de zitting bleek dat appellant inmiddels op basis van een nieuwe aanvraag per 28 augustus 2021 was ingeschreven in de BRP, maar inmiddels weer was uitgeschreven en in Duitsland verbleef. De Afdeling oordeelde dat appellant daardoor geen actueel en reëel belang meer had bij de procedure en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Afdeling overwoog tevens dat het college niet aan appellant tegemoet was gekomen in de zin van artikel 8:75a Awb, zodat geen proceskostenveroordeling werd uitgesproken. Het hoger beroep werd derhalve afgewezen wegens gebrek aan procesbelang.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel procesbelang.