ECLI:NL:RVS:2023:3772
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H. Sevenster
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging terugvordering toeslagen 2017 na wijziging toetsingsinkomen
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen de toeslagen over 2017 voor appellante aangepast en een terugvordering van € 6.960,00 vastgesteld, omdat het toetsingsinkomen van haar ex-partner hoger bleek dan aanvankelijk opgegeven. Appellante maakte bezwaar tegen deze terugvordering, dat werd afgewezen door de rechtbank en in hoger beroep. Vervolgens matigde de Belastingdienst de terugvordering met 25 procent.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de terugvordering onterecht was en vroeg om volledige kwijtschelding of matiging met 50 procent, vanwege bijzondere omstandigheden zoals de onveilige situatie door de verslaving van haar ex-partner, het overlijden van haar ex-partner en haar financiële verantwoordelijkheid voor diens schulden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de terugvordering met 50 procent gematigd moest worden, gelet op de bijzondere omstandigheden en de financiële situatie van appellante.
Het hoger beroep tegen het besluit van 9 oktober 2020 werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het besluit van 22 februari 2021 was vervangen door het nader besluit van 30 mei 2023. Dit laatste besluit werd vernietigd en de uitspraak trad in de plaats daarvan. De Belastingdienst zal bij invordering rekening houden met de betalingscapaciteit van appellante en kan een persoonlijke betalingsregeling treffen.
Er werd geen aanleiding gezien voor volledige kwijtschelding van de terugvordering. De Afdeling wees verder proceskosten toe aan appellante.
Uitkomst: De terugvordering van toeslagen over 2017 wordt gematigd met 50 procent en het hoger beroep tegen het eerdere besluit is niet-ontvankelijk verklaard.