ECLI:NL:RVS:2023:3775
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- E. Steendijk
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning voor mestvergassing Stercore Holding
Stercore Holding heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting voor het drogen en vergassen van mest en digestaat, gericht op de productie van duurzame groene energie en Bio-Based Carbon. Het college van gedeputeerde staten van Drenthe verleende deze vergunning, waarna Milieudefensie Westerveld beroep instelde vanwege vermeende significante gevolgen voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de besluiten van het college en gaf het college opdracht een nieuw besluit te nemen. Stercore Holding stelde hiertegen hoger beroep in, evenals Milieudefensie Westerveld incidenteel hoger beroep. De kern van het geschil betrof de vraag of het college terecht had vastgesteld dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden konden worden uitgesloten op basis van een voortoets, en of een passende beoordeling noodzakelijk was.
De Raad van State oordeelde dat het college met aanvullende voorschriften en monitoring voldoende waarborgen heeft ingebouwd om het ammoniakemissieplafond van 57 kg NH3 per jaar te handhaven. Daarmee zijn significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden uitgesloten. De rechtbank had het besluit van 27 oktober 2021 ten onrechte vernietigd. Het hoger beroep van Stercore Holding wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van Milieudefensie Westerveld ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de rechtsgevolgen van het besluit van 25 februari 2020 blijven in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van Stercore Holding wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, waarbij de omgevingsvergunning van 25 februari 2020 in stand blijft.