ECLI:NL:RVS:2023:3814
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het niet tijdig genomen besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris om binnen zestien weken een besluit te nemen.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen het ontbreken van een rechterlijke dwangsom in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom had verbonden aan haar uitspraak, zoals vereist is op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.
De Afdeling vernietigde daarom dat deel van de uitspraak van de rechtbank en legde een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat de staatssecretaris de uitspraak niet naleeft. Omdat de staatssecretaris inmiddels een besluit op de aanvraag heeft genomen, verklaarde de Afdeling het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling in verband met het hoger beroep, waarbij de zaak als licht werd aangemerkt en een wegingsfactor van 0,5 werd toegepast.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het ontbreken van een dwangsom, een dwangsom wordt opgelegd en het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.