ECLI:NL:RVS:2023:3825
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatige bewaring wegens ongeldige elektronische handtekening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 9 september 2023 in bewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring gegrond en beval de opheffing van de maatregel, daarbij tevens een schadevergoeding toekennend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de elektronische handtekening onder de maatregel van bewaring onjuist, onherkenbaar of beschadigd is, hetgeen de rechtsgeldigheid van de maatregel aantast. De staatssecretaris heeft niet kunnen aantonen dat de maatregel rechtsgeldig is ondertekend, zodat het hoger beroep ongegrond is.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Er is geen aanleiding tot ambtshalve toetsing omdat de maatregel vanaf het begin onrechtmatig was.
Uitkomst: Hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.