ECLI:NL:RVS:2023:3879
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale huisvesting arbeidsmigranten op perceel te Roosteren
Het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren legde op 14 mei 2020 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege de huisvesting van arbeidsmigranten op een perceel te Roosteren, zonder de vereiste omgevingsvergunning en in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied". Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin het beroep van appellant ongegrond werd verklaard, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat de bewoners geen arbeidsmigranten maar een huishouden waren, en dat het college had moeten afzien van handhaving vanwege concreet zicht op legalisering en het gelijkheidsbeginsel, omdat de vorige eigenaar het perceel ook voor bewoning gebruikte en dit gedoogd zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet valt onder de toegestane bewoning in het bestemmingsplan, en dat het ontwerpbestemmingsplan "Oud Roosteren" weliswaar de bestemming "Wonen" gaf, maar dat bedrijfsmatige kamerverhuur en huisvesting van arbeidsmigranten niet als huishouden worden beschouwd.
De Afdeling stelde dat er geen concreet zicht op legalisering was omdat de gedraging niet paste binnen het ontwerpbestemmingsplan. Ook was er geen sprake van een gelijk geval voor het gelijkheidsbeginsel, omdat bewoning door de vorige eigenaar niet gelijkgesteld kan worden aan de verhuur voor arbeidsmigranten. Er waren geen bijzondere omstandigheden om af te zien van handhaving. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt bevestigd.