ECLI:NL:RVS:2023:3920
Raad van State
- Verzet
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening gronden
In deze zaak heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst verzet ingesteld tegen de uitspraak van 19 januari 2023, waarin het hoger beroep van het college tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant niet-ontvankelijk werd verklaard. De niet-ontvankelijkverklaring was gebaseerd op het niet tijdig indienen van de gronden van het hoger beroep binnen de gestelde termijn.
Het college voerde aan dat het hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard op grond van de verzendtheorie van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Volgens deze theorie geldt een beroepschrift als tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en uiterlijk een week na afloop van de termijn is ontvangen. Het college stelde dat het de gronden op 23 november 2022 aan PostNL had aangeboden en dat deze op 28 november 2022 waren ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat er geen leesbaar poststempel op de enveloppe zat en dat de gronden pas op 28 november 2022, de derde werkdag na de termijn, waren ontvangen. Uit het track-en-trace-systeem bleek dat het poststuk pas op 25 november 2022 door PostNL was ontvangen, wat betekent dat het niet tijdig ter post was bezorgd. Hierdoor was het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het verzet werd ongegrond verklaard, waardoor het hoger beroep niet inhoudelijk werd behandeld en de proceskosten niet werden vergoed.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens te late indiening van de gronden.