ECLI:NL:RVS:2023:3925
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
Bij besluit van 9 augustus 2021 wees de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen daarvan in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand heeft gelaten. De rechtbank had moeten volstaan met vernietiging en de herbeoordeling van het asielrelaas aan de staatssecretaris moeten overlaten. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd waarom de overblijvende elementen van het asielrelaas doorslaggevend zouden zijn.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden oordeel van de rechtbank en bepaalt dat de staatssecretaris het gehele asielrelaas integraal en in samenhang opnieuw moet beoordelen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten.