ECLI:NL:RVS:2022:1513
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en herbeoordeling asielrelaas
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en bepaalde dat hij Nederland onmiddellijk moest verlaten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die op 10 juni 2021 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand hield en een vertrektermijn van vier weken bepaalde.
Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand hield en zelf het gewicht van het asielrelaas beoordeelde, terwijl dit aan de staatssecretaris behoort. De rechtbank had moeten volstaan met vernietiging en de staatssecretaris de geloofwaardigheid opnieuw laten beoordelen.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand hield, de vertrektermijn bepaalde en de uitspraak in de plaats stelde van het besluit. De staatssecretaris moet het gehele asielrelaas integraal en in samenhang herbeoordelen, rekening houdend met de leeftijd van de vreemdeling ten tijde van de gebeurtenissen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €759,00.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gehouden en de staatssecretaris moet het asielrelaas integraal herbeoordelen.