ECLI:NL:RVS:2023:4073
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toepassing driejarenbeleid bij verstrekken onjuiste gegevens door vreemdelingen
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die verzoeken van twee Turkse vreemdelingen om toepassing van het driejarenbeleid had toegewezen. De vreemdelingen hadden hun aanvragen voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'arbeid als zelfstandige' ingediend, maar deze waren aanvankelijk afgewezen wegens het niet dienen van een wezenlijk Nederlands belang en later wegens contra-indicaties in het kader van het driejarenbeleid.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris ten onrechte de contra-indicatie c (verstrekken van onjuiste gegevens en/of documenten) had toegepast, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de procedure bij juiste gegevens tot een andere uitkomst zou hebben geleid. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat deze uitleg onjuist was en dat het voldoende is dat de onjuiste gegevens relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag en tot een andere uitkomst kunnen leiden.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de staatssecretaris terecht contra-indicatie c heeft toegepast, omdat de vreemdelingen onjuiste en onbetrouwbare financiële gegevens hebben verstrekt die relevant zijn voor de beoordeling van het wezenlijk Nederlands belang. De aanvullende stukken van de vreemdelingen slaagden er niet in het standpunt van de staatssecretaris te weerleggen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de vergelijkbare zaken onvoldoende vergelijkbaar zijn. De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, terwijl de voorwaardelijk incidenteel ingestelde beroepen van de vreemdelingen ongegrond worden verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd; de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.