ECLI:NL:RVS:2023:4181
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake informatieplicht bij bewaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 5 april 2023 een vreemdeling in bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet had voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vreemdelingenbesluit 2000, omdat niet was gebleken dat de maatregel in een taal die de vreemdeling beheerst was uitgereikt of met behulp van een tolk.
De rechtbank verklaarde de maatregel van bewaring niet rechtsgeldig en beval de opheffing daarvan, met toekenning van schadevergoeding aan de vreemdeling. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat hoewel de informatieplicht niet was nageleefd, dit niet leidde tot het ontbreken van een rechtsgeldige maatregel. De vreemdeling was voorafgaand aan de bewaring met behulp van een tolk geïnformeerd, had kennis van zijn recht op rechtsbijstand, en de rechtsbijstandverlener had een afschrift van de maatregel ontvangen. Hierdoor was het recht op het instellen van rechtsmiddelen effectief gewaarborgd en was geen sprake van belangenbeschadiging.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, en wees het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.