ECLI:NL:RVS:2023:4182
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over schending informatieplicht bij inbewaringstelling vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 2 juni 2023 een vreemdeling in bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris niet had voldaan aan de informatieplicht zoals gesteld in artikel 5.3, eerste lid, derde zin, van het Vreemdelingenbesluit 2000, en beval de opheffing van de maatregel.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat ondanks het formele gebrek in de informatieplicht, de vreemdeling voldoende op de hoogte was van de redenen van de bewaring. Dit bleek uit het volledig gemotiveerde schriftelijke besluit, het gebruik van een tolk tijdens het gehoor, en de betrokkenheid van een rechtsbijstandverlener die een afschrift van de maatregel ontving en namens de vreemdeling beroep instelde.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan op 15 november 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.