ECLI:NL:RVS:2023:4217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel na intrekking besluit
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 17 oktober 2022 werd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De vreemdeling stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. Echter, bij besluit van 28 februari 2023 verleende de staatssecretaris alsnog de verblijfsvergunning asiel aan de vreemdeling. Hierdoor was het doel van de procedure bereikt en bestond er geen belang meer bij de beoordeling van het hoger beroep.
De Raad van State oordeelde daarom dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 15 november 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris de verblijfsvergunning alsnog heeft verleend.