ECLI:NL:RVS:2023:4259
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medisch onderzoek en woonruimtevoorziening
Appellante vroeg op 19 april 2020 een urgentieverklaring aan wegens dakloosheid na echtscheiding en medische klachten. Het college van burgemeester en wethouders van Almere wees dit verzoek op 20 mei 2020 af. Na bezwaar en beroep vernietigde de Afdeling het eerdere besluit en gaf het college opdracht tot een nieuw besluit met inachtneming van de medische situatie van appellante.
In het nieuwe besluit van 9 december 2022 wees het college het bezwaar opnieuw af, omdat het medisch rapport geblokkeerd was door appellante zelf en zij niet voldeed aan andere urgentiecriteria. Appellante had in februari 2022 een woning geaccepteerd, maar stelde dat deze niet voldeed aan haar medische situatie en die van haar dochters.
De Afdeling oordeelt dat het college voldoende onderzoek heeft gedaan door een medisch onderzoek bij Argonaut te laten uitvoeren en dat het blokkeren van het rapport voor rekening van appellante komt. Het college mocht daarom concluderen dat appellante niet in aanmerking komt voor medische urgentie. Ook was het terecht dat het college het besluit baseerde op de situatie ten tijde van het nieuwe besluit (ex nunc) en niet op de situatie in 2020 (ex tunc).
Verder is geoordeeld dat het college voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de minderjarige dochter en dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor medische beperkingen van haar dochters. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de afwijzing van haar urgentieverklaring is ongegrond verklaard.