Uitspraak
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde [bedrijf] een boete van €48.000 op wegens het inzetten van zes Chinese vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning of gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid in de periode van november 2018 tot maart 2019. De rechtbank verklaarde het beroep van [bedrijf] ongegrond, maar [bedrijf] ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
[bedrijf] voerde aan dat de uitzondering voor incidentele arbeid in het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (BuWav) onduidelijk was en dat de boete onterecht was opgelegd. De Afdeling oordeelde dat de uitzondering duidelijk is en dat structurele arbeid achtereenvolgend door verschillende vreemdelingen niet onder de uitzondering valt. Ook stelde de Afdeling vast dat de leidinggevende werkzaamheden van een van de vreemdelingen niet onder de uitzondering vallen.
Verder werd geoordeeld dat [bedrijf] ernstig nalatig was en dat er sprake was van grove schuld, mede gezien instructies om onjuiste verklaringen af te leggen. De Afdeling matigde de boete tot €36.000,00 en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en de boete definitief vastgesteld.
Uitkomst: De boete voor overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €36.000,00 en het hoger beroep van [bedrijf] wordt gegrond verklaard.