ECLI:NL:RVS:2022:1667
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.J. Borman
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motivering bewaring Dublinclaimant en toepassing lichter middel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling van Senegalese afkomst in bewaring op grond van de Dublinverordening, omdat hij naar Italië moest worden overgedragen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom niet met een minder dwingende maatregel kon worden volstaan.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat het risico op onttrekking aan toezicht voldoende was aangetoond door de combinatie van zware en lichte gronden, en dat de rechtbank een onjuist toetsingskader hanteerde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank inderdaad een onjuist toetsingskader gebruikte door een verdergaande motiveringsplicht te eisen bij Dublinclaimanten, maar dat dit niet tot vernietiging van de uitspraak leidde.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris niet tijdig en voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet toereikend was, ondanks aanwijzingen dat de vreemdeling niet wilde meewerken aan de overdracht. De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onvoldoende motivering van het niet toepassen van een lichter middel.