ECLI:NL:RVS:2023:4383
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 23 september 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die op 24 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep richtte zich op een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over de beëindiging van de internationale beschermingsstatus bij het niet tijdig verlengen of vervangen van een Bulgaarse verblijfsvergunning.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin zouden dienen. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.