ECLI:NL:RVS:2023:4447
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod wegens schending hoorplicht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 10 september 2020 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken en een inreisverbod uitgevaardigd. Na bezwaar werd het besluit gedeeltelijk herzien, waarbij het inreisverbod werd ingetrokken, maar de intrekking van de verblijfsvergunning bleef gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris hem niet hoefde te horen in bezwaar. De Raad van State bevestigde dat de hoorplicht in bezwaar het uitgangspunt is en dat uitzonderingen daarop terughoudend moeten worden toegepast. Gezien het feit dat het bezwaar gedeeltelijk gegrond werd verklaard en de inhoud van het bezwaar, was het niet juist om af te zien van het horen van de vreemdeling.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 19 februari 2021, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling. Daarmee werd het besluit van de staatssecretaris teruggewezen vanwege schending van de hoorplicht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht in bezwaar.