ECLI:NL:RVS:2023:4549
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 6 april 2023 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 30 mei 2023 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat nader onderzoek naar de internationale beschermingsstatus van de vreemdeling noodzakelijk was indien het Bulgaarse verblijfsdocument niet tijdig was verlengd of vervangen. De vreemdeling moet zelf aannemelijk maken dat hij in Bulgarije geen internationale bescherming meer geniet.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Omdat de rechtbank alle beroepsgronden had besproken, hoefde de staatssecretaris geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd op 7 december 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.