ECLI:NL:RVS:2023:4660
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over voortvarendheid staatssecretaris bij grensdetentie vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 17 april 2023 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een Malawische vreemdeling die asiel aanvroeg op Schiphol. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende schadevergoeding toe, omdat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou hebben gehandeld bij het boeken van een vliegticket voor overdracht aan IJsland.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de bewaringsrechter zich niet mag uitlaten over de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag en dat hij wel voldoende voortvarend had gehandeld. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de voortvarendheid van het handelen van de staatssecretaris moet worden getoetst, maar niet de inhoud van de asielprocedure.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris binnen de vereiste termijnen een Dublinclaim indiende, het verzoek werd geaccepteerd en de asielaanvraag werd afgewezen. Pas bij een uitvoerbaar overdrachtsbesluit hoefde een vliegticket te worden geboekt. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat dit eerder had moeten gebeuren.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.