ECLI:NL:RVS:2023:4702
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling, omdat volgens hem Italië verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling was niet verschenen bij zijn geplande overdracht en deed een aangifte van mensenhandel, die werd afgewezen als aanvraag voor een verblijfsvergunning.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de overdrachtstermijn van zes maanden was verstreken en dat Nederland daarom verantwoordelijk was geworden. De staatssecretaris stelde dat de brief van 24 oktober 2019 de overdrachtstermijn verlengde, maar gaf later aan dat dit niet de bedoeling was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief de overdrachtstermijn niet verlengde en dat het bezwaar tegen de afwijzing van de mensenhandelaanvraag de overdrachtstermijn niet opschortte. Hierdoor was de overdrachtstermijn op 24 november 2019 verstreken en werd Nederland verantwoordelijk voor de asielaanvraag.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 11 maart 2020 en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 11 maart 2020 wordt vernietigd en Nederland is verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag.