ECLI:NL:RVS:2023:4738

Raad van State

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
202301682/1/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 46 Procedurerichtlijn
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 augustus 2022 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 15 februari 2023 niet-ontvankelijk verklaarde.

De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De enige grief betrof een rechtsvraag die reeds eerder door de Afdeling was beantwoord, met name over het belang bij doorprocederen over de verleningsgrond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en de toepassing van artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn.

De Afdeling oordeelde dat deze grief geen aanleiding gaf om anders te beslissen dan de rechtbank en bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bekrachtigd.

Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de verlening van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt bevestigd.

Uitspraak

202301682/1/V1.
Datum uitspraak: 20 december 2023
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 15 februari 2023 in zaak nr. NL22.17766 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 15 februari 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1.1.    De enige grief gaat namelijk over een rechtsvraag die de Afdeling eerder heeft beantwoord (onder meer de uitspraak van 21 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2709, onder 4 tot en met 5.1, over het belang bij doorprocederen over de verleningsgrond van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en artikel 46, tweede lid, van de Procedurerichtlijn). De grief biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A. Verburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.
w.g. Verburg
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Keizer
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 december 2023
716-966