ECLI:NL:RVS:2023:4775
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.E.M. Polak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tegemoetkoming planschade en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant is eigenaar van twee percelen in Drechterland waarop het provinciale inpassingsplan Westfrisiaweg van toepassing is, dat de aanleg van een vierbaansweg (N307) mogelijk maakt. Hij vorderde een tegemoetkoming in planschade wegens waardevermindering van zijn onroerende zaken door het plan. Het college kende hem een bedrag van €25.800 toe, gebaseerd op een advies van Gloudemans. Appellant stelde bezwaar en beroep in en overwoog dat de waardevermindering hoger was, onderbouwd met rapporten van Kraan & De Jong.
De rechtbank wees het beroep af en handhaafde het collegebesluit. De Afdeling bestuursrechtspraak benoemde de StAB als deskundige, die een lagere schade vaststelde. De Afdeling oordeelt dat de StAB-rapportage zorgvuldig is en dat het collegebesluit appellant niet in een slechtere positie mag brengen dan zonder rechtsmiddel. Appellant voerde in hoger beroep diverse bezwaren aan tegen de planologische vergelijking, schadetaxatie en het normale maatschappelijke risico, maar deze werden verworpen.
Daarnaast klaagde appellant over de lange duur van de procedure. De Afdeling constateert dat de redelijke termijn met ruim anderhalf jaar is overschreden en wijst een forfaitaire schadevergoeding van €2.000 toe, waarvan €615,38 ten laste van het college en €1.384,62 ten laste van de Staat. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De tegemoetkoming in planschade van €25.800 wordt bevestigd en een schadevergoeding van €2.000 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.