ECLI:NL:RVS:2023:4778
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over tijdelijke vergunning opslagloods Valkenswaard
Het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard verleende op 18 december 2020 een tijdelijke vergunning aan appellante sub 1 voor het bouwen van een opslagloods en andere bouwwerken op een perceel te Valkenswaard. Na bezwaren werd dit besluit op 8 juni 2021 herroepen en de vergunning geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante sub 1 gegrond, vernietigde het herroepingsbesluit maar liet de rechtsgevolgen ervan in stand, omdat de activiteiten niet zonder onomkeerbare gevolgen konden worden beëindigd.
Appellante sub 1 stelde dat de activiteiten wel zonder onomkeerbare gevolgen kunnen worden beëindigd, onder meer omdat de loods eenvoudig te ontmantelen is. De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dit standpunt en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de rechtsgevolgen in stand laat. De Afdeling oordeelt dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 wordt ongegrond verklaard omdat hij belanghebbende is maar het beroep zich niet richt tegen dragende overwegingen van de uitspraak. De Afdeling bepaalt dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante sub 1.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet een nieuw besluit nemen over de vergunning.