ECLI:NL:RVS:2023:604
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing Nederlanderschap wegens identiteitswijziging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van appellante om het Nederlanderschap te verkrijgen af, omdat zij haar geboortedatum had gewijzigd van 1980 naar 1988, waardoor de termijn van vijf jaar toelating en hoofdverblijf opnieuw zou beginnen te lopen. Appellante, houder van een verblijfsvergunning asiel, stelde dat dit beleid alleen voor Ranov-vergunninghouders geldt en dat de staatssecretaris dit onterecht toepaste.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beleid niet binnen de wettelijke kaders van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap valt. De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris de werkinstructie onterecht toepaste op een asielvergunninghouder en dat het bezwaar niet op voorhand kennelijk ongegrond was, waardoor de hoorplicht niet was nageleefd.
De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het Nederlanderschap wordt vernietigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen.