ECLI:NL:RVS:2023:610
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake rijvaardigheidsonderzoek en schorsing rijbewijs beginnend bestuurder
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde aan een beginnend bestuurder een rijvaardigheidsonderzoek op en schorste diens rijbewijs vanwege twee snelheidsovertredingen. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het bezwaar van de bestuurder gegrond en vernietigde het besluit van het CBR, omdat het CBR volgens de rechtbank ten onrechte geen dringende redenen had aangenomen om af te zien van het onderzoek.
De rechtbank vond dat het CBR alleen bij samenloop van maatregelen (rijvaardigheidsonderzoek en educatieve maatregel gedrag en verkeer, EMG) dringende redenen kon erkennen, terwijl ook andere individuele omstandigheden meegewogen moesten worden. De rechtbank achtte de omstandigheden van de bestuurder, zoals het tijdsverloop sinds de overtredingen en het ontbreken van andere verkeersovertredingen, als dringende redenen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak. Zij oordeelt dat het CBR terecht het rijvaardigheidsonderzoek oplegde en dat de door de rechtbank genoemde individuele omstandigheden geen dringende redenen vormen om daarvan af te zien. De Afdeling benadrukt dat de regeling een ruime bevoegdheid aan het CBR geeft en dat samenloop slechts een voorbeeld is van dringende redenen, maar niet de enige mogelijkheid. Het hoger beroep van het CBR wordt gegrond verklaard en het beroep van de bestuurder ongegrond.
De Afdeling legt daarbij uit dat de regelgeving en de belangen van verkeersveiligheid zwaar wegen en dat de schorsing van het rijbewijs terecht was. Het besluit van het CBR wordt daarmee bekrachtigd en het beroep van de bestuurder afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de bestuurder wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot oplegging van het rijvaardigheidsonderzoek en schorsing van het rijbewijs blijft in stand.