ECLI:NL:RVS:2023:641
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig besluit asielaanvraag wegens ontbrekende geldige ingebrekestelling
De vreemdeling heeft op 12 juli 2021 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, nadat eerder een beroep was afgewezen wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de eerdere ingebrekestelling van 10 december 2019 haar werking heeft verloren omdat deze al had geleid tot het uitkeren van een dwangsom en de procedure daarna was beëindigd.
De vreemdeling stelt dat de ingebrekestelling nog steeds geldig is en dat de Afdeling hem ten onrechte niet in de gelegenheid heeft gesteld om hierover een nader standpunt in te nemen. Tevens voert hij aan dat de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND strijdig is met Unierechtelijke beginselen en het beginsel van effectieve rechtsbescherming. De Afdeling oordeelt echter dat het ontbreken van een geldige ingebrekestelling doorslaggevend is en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is.
De Afdeling wijst ook het betoog af dat eerdere uitspraken de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND onverbindend zouden verklaren in zoverre deze de mogelijkheid tot beroep tegen niet tijdige besluiten uitsluit. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige ingebrekestelling.