ECLI:NL:RVS:2023:781
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake verlenging overdrachtstermijn vreemdeling aan Duitsland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de Duitse autoriteiten bij brieven van 29 maart 2021 en 8 februari 2022 geïnformeerd over de verlenging van de overdrachtstermijn van de vreemdeling aan Duitsland met achttien maanden.
De rechtbank Den Haag verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de brief van 29 maart 2021 een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor de rechtbank wel bevoegd is om van het beroep kennis te nemen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling, waarbij het oordeel van de Afdeling in acht moet worden genomen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.