ECLI:NL:RBDHA:2022:7136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- R. Raat
- H. van Eijken
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of kennisgeving verlenging overdrachtstermijn Dublinverordening een besluit is
Eiser diende een asielaanvraag in, waarna Duitsland verantwoordelijk werd voor de behandeling. Nederland verlengde de overdrachtstermijn tot 18 maanden vanwege het onderduiken van eiser, middels een brief aan Duitsland. Eiser stelde beroep in tegen deze brief en betoogde dat deze wel een besluit is waartegen rechtsmiddelen openstaan.
De rechtbank onderzocht of de brief kwalificeert als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro. Zij oordeelde dat de brief geen nieuw rechtsgevolg creëert, maar slechts een mededeling is van een reeds bestaand overdrachtsbesluit. De verlenging van de termijn leidt niet tot een wijziging van de rechtspositie van eiser en is daarom geen besluit.
Verder stelde de rechtbank vast dat de brief ook geen feitelijke handeling is waartegen bezwaar of beroep openstaat, omdat eiser via een opvolgende asielaanvraag en de daaropvolgende procedures een adequaat rechtsmiddel heeft. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en wees het af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de brief waarin de overdrachtstermijn is verlengd.