ECLI:NL:RVS:2023:826
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod vanwege ernstig en onmiddellijk gevaar voor veiligheid moeder
De burgemeester van Weert legde appellant een huisverbod op van 10 dagen vanwege incidenten waarbij de veiligheid van zijn moeder in gevaar werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit huisverbod ongegrond. Appellant stelde dat hij niet vooraf zijn zienswijze kon geven en dat er geen bewijs was voor fysiek geweld, waardoor het huisverbod onterecht was.
De Raad van State oordeelde dat appellant wel degelijk in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, zoals blijkt uit het proces-verbaal en het Risico-taxatie instrument Huiselijk Geweld. Het huisverbod is een ingrijpende maatregel die kan worden opgelegd bij een ernstig en onmiddellijk gevaar, waarvoor niet vereist is dat de feiten onomstotelijk vaststaan.
Op basis van meldingen van de moeder over agressief gedrag, vernielingen en het bezit van een verboden wapen door appellant, achtte de burgemeester het huisverbod noodzakelijk om verdere escalatie te voorkomen. De Raad van State bevestigde dat dit niet in strijd is met het EVRM artikel 8, omdat de maatregel proportioneel en wettelijk is en gericht is op bescherming van de gezondheid en veiligheid.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het huisverbod aan appellant wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van zijn moeder.