ECLI:NL:RVS:2023:904
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ontbreken dwangsom bij niet tijdig besluit asielaanvraag
De vreemdeling stelde beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit en gaf de staatssecretaris acht weken om een besluit te nemen, maar verbond geen dwangsom aan haar uitspraak.
De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, stellende dat de rechtbank ten onrechte geen dwangsom had opgelegd. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank volgens artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb verplicht was een dwangsom te verbinden bij het gegrond verklaren van een beroep wegens niet tijdig besluiten, indien nog geen besluit bekend is gemaakt.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de rechtbank naliet een dwangsom te verbinden en bepaalde dat de staatssecretaris een dwangsom van €100 per dag verbeurt met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de termijn. Het beroep tegen het afgewezen besluit van 17 januari 2023 wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens het ontbreken van een dwangsom en het beroep wordt verwezen naar de rechtbank Den Haag.