ECLI:NL:RVS:2023:916
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- G.O. van Veldhuizen
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwangbesluit verwijdering woonwagen zonder vergunning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Helmond heeft bij besluit van 9 juli 2019 aan appellant bestuursdwang opgelegd om zijn woonwagen, erfafscheiding en bijgebouwen te verwijderen omdat deze zonder vergunning zijn gebouwd en in strijd zijn met het bestemmingsplan "Hoogeind-Beemdweg". Appellant heeft bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld tegen dit besluit, dat door de rechtbank Oost-Brabant op 3 maart 2021 ongegrond werd verklaard.
Appellant voerde onder meer aan dat geen concreet zicht op legalisatie bestond omdat hij geen omgevingsvergunning kon aanvragen vanwege het ontbreken van een huurovereenkomst met de grondeigenaar. Ook stelde hij zich op het vertrouwensbeginsel en wees op een eerdere opstalovereenkomst en het feit dat hij werd vrijgesproken van de hennepvondst in zijn woonwagen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het ontbreken van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan betekent dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het college steeds heeft aangegeven dat de woonwagen niet op die plaats mocht blijven staan en er geen toezeggingen waren gedaan die een ander oordeel rechtvaardigen. De opstalovereenkomst was niet relevant voor het handhavend optreden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestuursdwangbesluit tot verwijdering van de woonwagen en bijgebouwen wordt bevestigd.