ECLI:NL:RVS:2024:1180
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-inhandelingneming aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 juli 2023 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 2 februari 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte geen nieuwe rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag omtrent het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië reeds eerder was beantwoord in een eerdere uitspraak van 13 september 2023.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd op 21 maart 2024 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.