ECLI:NL:RVS:2024:1182
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 oktober 2023 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 13 februari 2024 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is en heeft bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze uitspraak is gedaan op 19 maart 2024 en betreft een voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. Hiermee wordt de vreemdeling beschermd tegen uitzetting tijdens de behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.