ECLI:NL:RVS:2024:1205
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J.H. van Breda
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling, die de Afghaanse nationaliteit heeft, op 17 november 2022 in bewaring om zijn overdracht aan Bulgarije op grond van de Dublinverordening veilig te stellen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en klaagde terecht over de ondeugdelijke motivering van de rechtbank omtrent het niet toepassen van een minder dwingende maatregel dan bewaring. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat de staatssecretaris voldoende gronden had om de bewaring te rechtvaardigen.
De Afdeling beoordeelde ook de voortvarendheid van de staatssecretaris bij de overdracht en concludeerde dat deze voldoende was, ondanks dat het eerste asielgehoor pas na de overdrachtstermijn gepland stond. Ambtshalve werd geen onrechtmatigheid van de bewaring vastgesteld, het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.