ECLI:NL:RVS:2024:1214
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel door staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 29 januari 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, maar deze verklaarde het beroep op 1 maart 2024 ongegrond. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
Op 6 maart 2024 werd bij ordemaatregel bepaald dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 7 maart 2024 achterwege bleef. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 25 maart 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.