Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.In het vervolg van deze uitspraak legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. Hierbij bespreekt de rechtbank wat eiseres tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw met een internationale beschermingsstatus in Cyprus sinds 2015, diende op 6 februari 2024 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres reeds bescherming geniet in Cyprus en het interstatelijk vertrouwensbeginsel van toepassing is.
Eiseres voerde aan dat zij in Cyprus wordt gediscrimineerd, geen werk kan vinden, geen onderwijs kan volgen en dat haar fundamentele rechten worden geschonden. Zij stelde dat de Cypriotische autoriteiten haar niet voldoende ondersteunen en dat de situatie voor statushouders in Cyprus problematisch is, onderbouwd met verwijzingen naar het AIDA-rapport en een artikel uit de Cyprus Mail.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Cyprus in een situatie van zeer verregaande materiële deprivatie verkeert. De rechtbank benadrukte dat eiseres zich eerst tot de Cypriotische autoriteiten moet wenden en dat zij niet heeft aangetoond dat deze haar niet kunnen of willen beschermen.
De verwijzing naar het artikel uit de Cyprus Mail leidde niet tot aanhouding van het beroep omdat de situatie van eiseres niet onder de daarin genoemde problematiek valt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk en het beroep ongegrond omdat eiseres internationale bescherming geniet in Cyprus en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daar niet beschermd wordt.