ECLI:NL:RVS:2024:1224
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van onrechtmatigheid bewaring vreemdeling afgewezen in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 15 januari 2024 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die op 2 februari 2024 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 16 juni 2023.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.