ECLI:NL:RVS:2024:1278
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond verklaard wegens misbruik van recht bij verzoek om informatie
Op 8 september 2020 diende appellant een verzoek om informatie in bij de minister van Justitie en Veiligheid op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet hergebruik van overheidsinformatie. Na het niet tijdig beslissen op dit verzoek stelde appellant de minister in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep op 6 oktober 2021 niet-ontvankelijk omdat de minister niet in gebreke was en het besluit alsnog was genomen. Appellant stelde verzet in tegen deze uitspraak, maar de rechtbank verklaarde dit verzet op 23 februari 2022 eveneens niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht. De rechtbank oordeelde dat appellant slechts procedeerde om te procederen en om verletkosten te verkrijgen, terwijl niet aan de voorwaarden voor vergoeding was voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellant behandeld en geoordeeld dat de rechtbank terecht misbruik van recht aannam. Ook bevestigde de Afdeling dat appellant geen materieel belang had bij de vergoeding van verletkosten en dat alleen kosten voor persoonlijk bijwonen van zittingen vergoed kunnen worden. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en proceskostenvergoeding is afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard wegens misbruik van recht en proceskostenvergoeding is afgewezen.